Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 3 november 2020

Algemene beschouwing bij de begroting 2020

Er ligt vandaag een begroting voor waarin we zien dat er weer een jaar hard gewerkt gaat worden voor en aan Blaricum. Een dorp waarin heel veel mensen graag zouden willen wonen.

Hoe breed we onze prettige leefomgeving willen delen, nu en in de toekomst, is onderwerp van discussie over de herijking van de strategische visie uit 2010 en de nieuw op te stellen nota toerisme en recreatie, welke door een motie van D66 is geïnitieerd.

We kunnen stellen dat we in een nogal welgesteld dorp wonen, met inwoners die veel kunnen bijdragen aan onze lokale samenleving, dat zou je gunstige omstandigheden kunnen noemen.

Door veel vrijwilligers en mantelzorgers wordt een belangrijke bijdrage aan ons dorp en onze inwoners geleverd. Geheel belangeloos en met enorme inzet. In het kader van de dag van de mantelzorg volgende week en de vrijwilliger van het jaar vorige week is een woord van dank hier op zijn plaats aan hen allen.

Daarnaast werken ook een groot aantal medewerkers voor onze inwoners, o.a. van de BEL Combinatie en bij de verschillende samenwerkingsverbanden die we voor ons laten werken, de zgn. gemeenschappelijke regelingen, zoals o.a. de Regio Gooi en Vechtstreek waar de GGD bij hoort, maar ook de Veiligheidsregio waar de brandweer onder valt.

Het is dus door de inzet en het werk van velen dat het leven in ons dorp zo aangenaam is. Als raad hebben we de neiging om altijd de vinger op de tekortkomingen te leggen, en dat horen we ook wel te doen, maar het is hier en vandaag ook de plaats om ieder die zich betaald of onbetaald inzet te danken.

Wij hebben als raadsleden het voorrecht en ook de plicht om de voornemens van het college, goed te keuren en te toetsen of deze tegemoet komen aan behoeften en verwachtingen van onze inwoners. Zij maken het zelf financieel mogelijk dat de gemeente deze taken voor hen kan uitvoeren, door het betalen van diverse belastingen en heffingen.

De voornemens van het college staan beschreven in de programma’s en worden financieel vertaald in de begroting.

De informatie die de raad ontvangt is echter zo omvangrijk en gedetailleerd en veelal ook dusdanig gerubriceerd dat die weinig effectief kan zijn. De bedoeling van een begroting is dat we inzicht hebben op de financiële gevolgen van de plannen ? Is het betaalbaar ? Zijn de risico’s aanvaardbaar ? Kan de gemeente op langere termijn aan haar financiële verplichtingen voldoen ? Daar moet deze programmabegroting en meerjarenraming inzicht in geven. Dat lukt met de huidige documenten maar zeer ten dele.

We verliezen ons in details, stellen ontzettend veel vragen om het te kunnen begrijpen, en verliezen zicht op de hoofdlijnen. Er wordt gewerkt met saldo’s, hier een beetje meer, daar een beetje minder dan de basis uit de meerjarenraming 2021-2023 en daarmee beslissen we vandaag over een groot aantal mutaties in één groot impliciet besluit.

Het is een optelsom van structurele maar ook een groot aantal incidentele uitgaven, waarvoor we meer dan 1 miljoen euro uit onze reserves gaan halen. We zouden graag een andere aanpak hanteren waarmee de Raad een beter inzicht krijgt en goed kan overzien wat zij goedkeurt.

De huidige gang van zaken kan niet anders leiden dan tot een hamerstuk of een eindeloze reeks gedetailleerde vragen. En dat voor een begroting van € 35 miljoen. We trekken incidenteel € 100.000 uit voor de gevolgen van de coronacrisis voor de gemeente maar hebben geen idee of dit voldoende of teveel zal zijn. Dan komen we graag tot de essentie van de bespreking van deze begroting. Vinden we hierin terug wat we als D66 noodzakelijk vinden ?

We hebben het college verzocht om de culturele en maatschappelijke instellingen die door de coronacrisis dreigen “om te vallen” financieel te helpen om hun rol als maatschappelijk cement te behouden, zover mogelijk tijdens, maar vooral na de crisis. We begrijpen vandaag van de wethouder dat er nog zeer weinig verzoeken zijn ingediend. Wij zijn van mening dat de reserve incidentele initiatieven daarvoor benut kan worden. We zien de voorstellen van het college daarvoor gaarne tegemoet en moedigen organisaties aan om hun nood kenbaar te maken.

De Coronapandemie wordt door het kabinet, en de burgemeesters, bestreden door op ons gedrag en onze beweegruimte te sturen. Met de nodige ergernissen, uitbarstingen en spanningen als ongewenst gevolg. Helaas hebben onze BOA’s dat ook ervaren en worden bedrijven en ondernemers in hun bestaan geraakt. Dit is een bijzondere opgave voor de gemeente, zowel in dit als volgend jaar.

Wij maken ons grote zorgen over de ontwikkelingen in de uitgaven voor het sociaal domein. We hebben als raad een uitgavenplafond bepaald door een maximaal deel van de algemene middelen beschikbaar te stellen voor het sociaal domein, nl.38%. ,Hiermee hebben we de wethouder een duidelijk financieel kader gegeven. Over het normatief kader gaan we binnenkort met hem in debat.

Het is voor iedere inwoner belangrijk om te zien dat de gemeente zorg draagt voor een realistische uitvoering van haar wettelijke taken. Dat zij het mogelijk maakt dat haar inwoners, waar nodig met hulp, “mee kunnen doen” in de samenleving, Dat mag en kan echter niet ten koste gaan van andere gemeentelijke taken.

De concurrerende belangen van inwoners zullen in een open gesprek met elkaar in de raad afgewogen moeten worden. Waarbij we richting zoeken: wat is belangrijker ? Enkele voorbeelden die we willen noemen: kiezen we voor een mooi gemaaid plantsoen of gratis bibliotheek voor alle kinderen tot 12 jaar, kiezen we voor goed functionerend leerlingenvervoer of een nieuwe fietsovergang ? We ontkomen niet aan het maken van keuzen op termijn.

We hebben door de Blaricummermeent een goed gevulde reserve maar die is al grotendeels bestemd voor het opknappen van de Bijvanck en de Bouwvenen. Geheel terecht aangezien daar sprake is van achterstallig onderhoud en tegelijk een eerste stap gezet moet gaan worden in de energietransitie.

Een noodzakelijke ontwikkeling waar we niet aan ontkomen, de huidige energiebronnen hebben grote nadelen en raken uitgeput. D66 vindt dat we nú aan de slag moeten. We kunnen geen hypotheek op de toekomst nemen en wachten tot geothermie, waterstof of vormen van kernenergie uit het laboratorium of de proeftuin komen. Die dan bewezen oplossingen zijn geworden met acceptabele kosten. Het te dichten gat tot 2050 is té groot en het tempo dit gat te dichten gaat té langzaam.

Als D66 vinden we dit een levensbelangrijk onderwerp, nu even in de schaduw van de pandemie, maar niet te veronachtzamen. Ook onze rekenkamer heeft erop gewezen dat we de energiedoelstellingen niet gaan halen op deze manier. We betreuren het dan ook zeer dat we weinig ambitie zien in de raad om aan de energietransitie een bijdrage te leveren. Daar gaan we nog spijt van krijgen in 2030 en daarna.

Het eind van het project Blaricummermeent komt nu snel in zicht en daarmee de incidentele baten uit dit project. We zijn daarmee onze appeltjes voor de dorst vrijwel allemaal kwijtgeraakt. Ook de uitkering uit het gemeentefonds is niet zeker en lijkt verlaagd te gaan worden. Hoeveel en wanneer is nog ongewis. Zeker is het wel dat dit college een relatief zorgeloze tijd heeft gehad door de groeiende financiële reserves en dat het volgende college in een totaal andere werkelijkheid gaat starten in 2022.

Met deze begroting kunnen we als D66 instemmen, hoewel we een aantal risico’s fors vinden en andere risico’s niet genoemd zien. We blijven deze onderwerpen nauwgezet volgen en zullen het college erop blijven bevragen